Rusland heeft in juli meer dan twee keer zoveel raketten afgevuurd op Oekraïne als in juni. Dat blijkt uit een analyse van nieuwsbureau AFP op basis van data van de Oekraïense luchtmacht. Oekraïne blijft ondertussen kampen met een tekort aan luchtafweerraketten, doordat Rusland steeds meer geavanceerde, moeilijk te onderscheppen raketten inzet.
In juli heeft Rusland 376 raketten op Oekraïne afgevuurd. Daarnaast zijn 4.956 langeafstandsdrones op Oekraïne afgevuurd, een daling ten opzichte van juni. Veel van de aanvallen waren gericht op Kyiv. Daar vond in de nacht van 2 juli een van de dodelijkste aanvallen sinds het begin van de oorlog plaats, aldus de burgemeester van Kyiv.
Opvallend is ook de toename van het gebruik van geavanceerde, moeilijk te onderscheppen raketten door Rusland, stelt nieuwsbureau AFP. Deze raketten volgen een hoge boog voordat ze op hun doel storten. Deze raketten zijn lastig te onderscheppen en laten soms geen ruimte voor waarschuwing via de luchtalarmsirenes.
In 2024 vuurde Rusland per jaar 200 tot 300 van deze raketten af op Oekraïne. In 2026 waren het er al 126 tot juli. Volgens de analyse van AFP heeft Oekraïne daarvan minder dan een derde neergehaald.
Voor het onderscheppen van een deel van deze luchtaanvallen heeft Oekraïne Patriot-raketten nodig. Voor de levering van deze raketten blijft Oekraïne afhankelijk van bondgenoten.
De Oekraïense president Volodymyr Zelensky reisde eind juli af naar het Witte Huis om aan te dringen op de levering van in de VS geproduceerde Patriot-raketten. De Amerikaanse president Donald Trump gaf daarop groen licht voor licenties waarmee Oekraïne zelf Patriot-raketten kan produceren, hoewel hij daar vorige week weer over begon te twijfelen. In een interview met de Financial Times zei hij vrijdag dat hij er 'niet zeker van' is of hij Kyiv een licentie geeft. Het kan bovendien enige tijd duren voordat Oekraïne deze productielijn heeft opgestart.

Geen opmerkingen:
Een reactie posten