'Dat er geen Oekraïens was, is en zal zijn'

Rusland probeerde tevergeefs
het Oekraïens de nek om te draaien


Het zou logisch moeten zijn. In Oekraïne spreek je Oekraïens, zoals je Nederlands spreekt in Nederland. De werkelijkheid is echter complexer, mede door de Sovjet-erfenis die de Oekraïense taal verzwakt heeft en het Russisch versterkt heeft. 

Het land bestaat taalkundig gezien uit drie regio’s. Het zuidoosten is etnisch gemengd maar overwegend Russischtalig. Alleen in de dorpen wordt nog Oekraïens gesproken. In het midden van het land, ook in de hoofdstad Kiev, wonen vooral Oekraïners, maar taalkundig is het gebied gemengd. In het westen van het land, dat lange tijd deel uitmaakte van het Habsburgse rijk, is de Oekraïense taal en cultuur het best bewaard gebleven.


Sinds de onafhankelijkheid is het Oekraïens de officiële taal van het land. Dat is ook vastgelegd in de grondwet van 1996, die ook ‘de vrije ontwikkeling, gebruik en bescherming van het Russisch en andere talen van nationale minderheden van Oekraïne garandeert’.

Het officiële overheidsbeleid is er op gericht om het gebruik van het Oekraïens te bevorderen, maar de praktijk blijkt weerbarstiger in een land waar één op de drie inwoners een etnische Rus is en waar 24 procent van de bevolking Russisch als moedertaal heeft. Bovendien spreken veel Oekraïners beter Russisch dan Oekraïens, omdat het Russisch lange tijd als enige taal op school geleerd werd.

Er is echter sprake van een inhaalslag, al ver voordat Rusland de Krim annexeert en de separatisten in de Donbas steunt. Die inhaalslag wordt in 2004 met de Oranjerevolutie ingezet. Nadat sterren van de Oekraïense populaire cultuur als Ruslana, de hele Oekraïense popscène en de boksende broers Klitsjko mee-betogen tijdens de Oranjerevolutie stijgt het prestige van het Oekraïens enorm. In de hoofdstad, maar ook in andere steden wordt weer veel vaker Oekraïens op straat gehoord.

In 2012 barst de taalstrijd in alle hevigheid los.

Het onderzoeksbureau KIIS constateert dan dat in het oosten 93 procent van de bevolking het Russisch als moedertaal heeft. In het zuiden is dat 84 procent en in het noordoosten 59 procent. In het midden van het land heeft 26 procent het Russisch als eerste taal en in het westen slechts 5 procent.

President Viktor Janoekovitsj komt met het voorstel om het Russisch tot tweede officiële taal te maken. Het is de Russischtaligen al lang een doorn in het oog dat officiële documenten alleen in het Oekraïens worden opgemaakt. Met de parlementsverkiezingen in het najaar in zicht is het een mooi moment om de taalstrijd weer aan te zwengelen.

Het komt tot een compromis: waar minstens 10 procent van de bevolking Russisch of een andere taal spreekt, verkrijgt die taal een officiële status. Naast het Oekraïens uiteraard. In de praktijk komt het er op neer dat, met het westen van het land als uitzondering, het Russisch de tweede officiële taal wordt. In West-Oekraïne, eigenlijk een lappendeken van voormalig Pools, Hongaars, Slowaaks en Roemeens grondgebied, krijgt per gebied een andere tweede taal een officiële status.

Dit proces is amper uitgekristalliseerd als president Janoekovitsj in februari 2014 wordt afgezet. Het parlement besluit vervolgens in een wilde, anti-Russische bui om het eerder genomen besluit terug te draaien, maar interim-president Oleksandr Toertsjinov weet dat met gebruikmaking van zijn vetorecht te voorkomen.

Inmiddels is de discussie in alle hevigheid terug: het parlement neemt in september 2017 de nieuwe Onderwijswet aan waarin is bepaald dat het Oekraïens de voertaal is op alle scholen, ook die in gebieden waar de bevolking van oudsher een andere taal spreekt. Alleen in de eerste vier klassen van het lager onderwijs mag het ook in de taal die kinderen thuis spreken.

De bepaling is aan de ene kant bedoeld om de positie van de Oekraïense taal te versterken, aan de andere kant om het Russisch terug te dringen. De wetgever raakt daarmee ook onder meer de etnische Hongaren, Roemenen en Polen. Met name in Hongarije wordt woedend gereageerd op deze beperkende maatregel die de 150.000 etnische Hongaren in de westelijke provincie Transkarpatië treft.

‘‘Dat er geen Oekraïens was, is en zal zijn.’’   Minister Pjotr Valoejev
Het Oekraïens heeft het door de eeuwen heen moeilijk gehad. In de zestiende eeuw en aan het begin van de zeventiende eeuw is sprake van een bloeitijd voor het Oekraïens. Daarna rukt het Pools op in het westen en het Russisch in het oosten. Vanaf de achttiende eeuw, als Oekraïne autonomie heeft verkregen binnen het Russische tsarenrijk, komt de taal in de verdrukking door opeenvolgende oekazes (bevelschriften van de tsaar) die het gebruik van het Oekraïens inperken in preken en boeken, op scholen en universiteiten. In de negentiende eeuw is sprake van een cultureel reveil, waarbij ook de taal opbloeide. Taalkundigen leggen de grammatica en de woordenschat vast, schrijvers en dichters geven vorm aan het Oekraïens als literaire taal.

Het tsaristische gezag vreest dat het toenemende Oekraïense zelfbewustzijn de eenheid van het Russische rijk zal ondermijnen en grijpt in. In 1863 verbiedt minister Pjotr Valoejev van Binnenlandse Zaken het drukken van boeken in het Oekraïens met de boodschap dat ''er geen Oekraïens was, is en zal zijn''. Dertien jaar later volgt een verbod op het gebruik van het Oekraïens in literatuur, theater en wetenschap.

De russificatie wordt nog versterkt door de industrialisering die vele Russische ondernemers en arbeiders naar Oekraïne brengt. De Oekraïners vormen daardoor aan het einde van de negentiende eeuw een minderheid in de steden. Ook de taal krimpt mee. In 1874 beschouwt 60 procent van de inwoners van Kiev het Oekraïens als moedertaal, 25 jaar later is dat nog maar 22 procent en in 1917 slechts 16 procent. In West-Oekraïne is de situatie anders. In Galicië, dat deel uitmaakt van Oostenrijk-Hongarije, mogen de Oekraïense taal en cultuur zich vrij ontwikkelingen onder het Habsburgse bestuur. Vanuit Galicië worden boeken en schrijfsels in het Oekraïens naar het tsaristische Oekraïne gesmokkeld.

Oekraïne is kortstondig onafhankelijk, van 1917 tot 1920. In die jaren worden maatregelen getroffen om de eigen taal en cultuur te bevorderen. Na de overwinning van de bolsjewieken wordt dit beleid opvallend genoeg voortgezet. De Oekraïense communistische partij moedigt het gebruik van het Oekraïens aan om de boeren voor hun zaak te winnen. Het Oekraïens rukt op in de steden, de scholen en de kranten. In 1930 is 89 procent van alle kranten en tijdschriften en 77 procent van de boeken in Sovjet-Oekraïne in het Oekraïens. Het overwegend Russischtalige partij- en bestuursapparaat wordt ook aangemoedigd om Oekraïens te spreken.

Onder het bewind van de tweede Sovjetleider Jozef Stalin verandert dit radicaal. Tijdens de hongersnood in de winter van 1932-’33 sterven zeker zes miljoen Oekraïners, vooral op het platteland dat altijd de ruggengraat van de Oekraïense taal heeft gevormd. Onderwijscommissaris Mikola Skripnik, de architect van de Oekraïnisering, wordt begin 1933 aangevallen om zijn hervormingen van de Oekraïense taal en tot zelfmoord gedreven. Hij zou het Oekraïens hebben vervreemd van het Russisch en nader tot het Pools hebben gebracht.


‘‘Voor de verwijdering en vernietiging van nationalistische wortels op het taalfront.’’                   Toelichting bij nieuwe spellingsregels

Vervolgens wordt het Oekraïens gerussificeerd. Door nieuwe regels voor de spelling, grammatica en zinsbouw gaat de taal meer op het Russisch lijken. ‘Voor de verwijdering en vernietiging van nationalistische wortels op het taalfront’, luidt de motivatie voor deze ingreep.

Als vanaf de jaren ’50 van de vorige eeuw steeds meer Russen en Russischtalige Sovjetburgers naar Oekraïne trekken, met name in de industrie en de kolenmijnen in het oosten, komt het Oekraïens verder in de verdrukking. Telt Oekraïne in 1926 8,2 procent etnische Russen, in 1981 is dat gestegen naar 22,1 procent. Er is nog altijd ruimte voor het Oekraïens in boeken, op scholen en op radio en televisie, maar het Russisch neemt een overheersende positie in bij de ‘hogere’ cultuur en de wetenschap. Wie Oekraïens spreekt, wordt als een provinciaal gezien. Dat is niet bevorderlijk voor een carrière. Daarom sturen Oekraïense ouders hun kinderen liever naar Russischtalige scholen. Die zijn in 1987 dan ook goed voor 72 procent van het schoolonderwijs.

Onder Sovjetleider Leonid Brezjnev is er weliswaar ruimte voor de Oekraïense cultuur, maar is het wel de einddoelstelling dat die uiteindelijk op gaat in een Russische cultuur. Dat geldt ook voor Wit-Rusland waarvan de cultuur, net als die van Oekraïne, het dichtst bij de Russische cultuur zit.

In de jaren ’60 probeert de Oekraïense partijleider Petro Sjelest het Oekraïens in het hoger onderwijs te bevorderen. Hij wordt in 1972 beschuldigd van ‘lokaal nationalisme’ en moet het veld ruimen. Dissidenten die zich hebben verenigd in de groep De Zestigers belanden vanwege hun pleidooi voor de Oekraïense cultuur achter de tralies. Eind jaren ’80 keert dan eindelijk het tij met de perestrojka (hervormingspolitiek, letterlijk: verbouwing) en glasnost (openheid) van de laatste Sovjetleider Michail Gorbatsjov.

Geen opmerkingen: