De holding Ostchem van zakenman Dmitro Firtash heeft met een lening van de Russische Gazprombank 5 miljard kubieke meter aardgas van Gazprom kunnen kopen. Het aardgas wordt ondergronds opgeslagen. Ostchem had al 2 miljard kubieke meter in opslag. Firtash's holding bestaat uit zes kunstmestfabrieken, waarvan er vier in Oekraïne staan.
Gazprom verkocht het gas voor minder dan de prijs die het Oekraïense energiebedrijf Naftogaz moet betalen. Firtash meent dat hij met de aankoop van het Russische aardgas een bijdrage levert aan het tekort aan gas in de ondergrondse opslag in het westen van het land. Afgelopen week nog sloeg Gazprom alarm omdat er zo weinig gas in de opslag zou zitten dat daarmee de doorlevering via Oekraïne hartje winter in gevaar reigt te komen.
Bron: Interfax
Wat Macedonië eerder wel lukte, lijkt niet weggelegd voor Oekraïne. De visumplicht voor de Macedoniërs werd in 2009 afgeschaft, zonder dat eerst werd voldaan aan de voorwaarde van de Europese Unie dat de discriminatie op basis van seksuele voorkeur bij werd werd verboden. De Macedonische wet verbiedt alleen discriminatie in algemene zin.
De uitleg van de Macedonische regering werd geaccepteerd, maar volgens de Nederlandse Europarlementariër Marije Cornelissen (GroenLinks) komt de Oekraïense regering er zo niet mee weg. "Ze kunnen het proberen, maar ik denk niet dat het ze lukt.''
Intussen zitten de meeste Oekraïense parlementsleden met het probleem dat grote groepen in de samenleving, maar ook de invloedrijke orthodoxe kerken een verbod op discriminatie op grond van seksuele voorkeur afwijzen. Een wetsvoorstel daartoe is dan ook nog steeds niet in stemming gebracht.
De Russische invloed mag volgens Cornelissen evenmin worden onderschat. In het buurland is een wet in werking getreden die 'homopropaganda' verbiedt en ook bij het Oekraïense parlement zijn twee voorstellen daartoe ingediend. Mocht zo'n wet worden aangenomen, dan verwacht Cornelissen dat de Nederlandse regering haar veto uitspreekt over afschaffing van de visumplicht.
Oekraïne was in 2008 het eerste land van het Oostelijke Partnerschap met de Europese Unie dat het gesprek aan ging over afschaffing van de visumplicht. Vijf jaar later wordt gezegd dat het land ''duidelijke vooruitgang'' heeft geboekt bij het nemen van noodzakelijke maatregelen, maar dat er nog altijd belangrijke stappen te nemen zijn. Daaronder valt dus ook de anti-discriminatiewetgeving.