zaterdag 13 juli 2013

Parlementsleden Regio's verdienden het meest

De parlementsleden die afgelopen jaar het meeste geld verdienden zijn volgens de organisatie Chesno Boris Kolesnikov, Serhei Kloejev en Serhei Tihipko, alle drie van de regerende Partij van de Regio's. Kolesnikov had een inkomen van 26,1 miljoen euro, Klioejev 5,2 miljoen euro en Tihipko 3,8 miljoen euro.

Chesno wist het inkomen te achterhalen van slechts 204 parlementsleden, op een totaal van 450. De inkomsten van de parlementariërs van de oppositie - de Moederlandpartij, Oedar en Svoboda - zijn per definitie openbaar. Dat geldt ook voor hun onkostendeclaraties. Van de Communistische Partij maakten slechts drie van de 32 hun inkomsten bekend.

De organisatie vond ook uit wie de duurste auto's bezitten. Tetiana Donets van de Moederlandpartij spant de kroon met een auto van 103.000 euro, terwijl haar partijgenoot een auto heeft van 92.000 euro. Dat is even duur als de wagen van Volodimir Zoebik van de Partij van de Regio's.

Er zijn volgens Chesno diverse parlementsleden die geen eigen huis beschikken of er een huren. Zij worden in de rapportage 'daklozen' genoemd. Van de Partij van de Regio's, de Moederlandpartij, Oedar en Svoboda zijn dat er elk drie.

Chesno werd in 2011 opgericht door een groep actievoerders in samenwerking met de organisatie Novi Hromadianin. Financier is Oleh Ribasjoek, voormalig directeur van het secretariaat van Viktor Joestsjenko tijdens diens presidentschap. Ribasjoek is nu directeur van de niet-gouvernementele organisatie Centrum UA.

Bron: Ukrinform

Nog altijd 4,6 miljoen Sovjet-soldaten vermist


Er zijn nog altijd 4,6 miljoen gesneuvelde soldaten van het Sovjet-leger niet geïdentificeerd. Volgens het Russische ministerie van Defensie zijn er 32.000 begraafplaatsen bekend met samen ruim 7 miljoen graven.

De organisatie Pobeda probeert de identiteit van nog eens 4,6 miljoen mensen te achterhalen. Dat blijkt een moeizaam karwei, ook al werden alleen al afgelopen jaar 299 nieuwe plekken ontdekt waar in totaal ruim 11.000 mensen zijn begraven. Daarvan werd de identiteit van 9.000 slachtoffers van de Tweede Wereldoorlog vastgesteld.

Bron: Kyiv Post

vrijdag 12 juli 2013

'Hoge opkomst bij verkiezingen in 2015'

Bij de presidentsverkiezingen van 2015 zou de opkomst van de kiezers weleens uitzonderlijk hoog kunnen zijn, mogelijk nog boven de 70 procent. Directeur Taras Berezovets van het bureau Berta Communications wijst er op dat de Oekraïners doorgaans niet veel interesse meer tonen voor verkiezingen, omdat ze vinden dat welke uitkomst dan ook weinig verandert aan hun persoonlijke situatie.

"Maar de parlementsverkiezingen en die voor het presidentschap vormen een uitzondering'', meent hij. Wat dat betreft is 2015 een bijzonder jaar, met de presidentsverkiezingen in maart en die voor het parlement op de laatste zondag van oktober. Berezovets kijkt ook uit naar de lokale verkiezingen in de hoofdstad Kiev. Waarschijnlijk zijn die eind dit jaar, al is er nog altijd discussie over het juiste moment.

Cruciaal is de deelname van Oedar-voorman Vitali Klitsjko aan de strijd om het burgemeesterschap. De door president Viktor Janoekovitsj benoemde burgemeester Oleksandr Popov doet zeker mee. Volgens Berezovets maakt Popov alleen een goede kans als Klitsjko niet meedoet, want de veelvuldig wereldkampioen boksen is veruit het populairst.

Bron: Ukrinform

Poolse motie Volin 'met tekenen genocide'

Het Poolse parlement heeft een motie aangenomen waarin 11 juli is aangewezen als de dag waarop voortaan de dood van naar schatting 100.000 Poolse inwoners van de huidige Oekraïense regio Volin wordt herdacht. In de uiteindelijke tekst van de motie is geen sprake meer van 'genocide', zoals het er aanvankelijk wel in stond. Nu staat er 'etnische zuivering met tekenen van volkerenmoord'.

De motie was omstreden en ook lang niet alle leden van de Sjem, het Poolse parlement, stemden er voor: 263 parlementsleden stemden voor, 33 tegen en 146 zagen af van deelname aan de stemming, omdat ze het niet met de formulering van de motie eens waren. Het Poolse parlement herdacht de slachtoffers met een moment van stilte.

Bron: Ukrinform

Auto-importeurs willen geen recyclingheffing

De auto-importeurs willen zelf ook demontagebedrijven opzetten om daarmee te voorkomen dat ze hun auto's duurder moeten maken vanwege de recyclingheffing op geïmporteerde wagens waartoe het parlement afgelopen week besloot. De importeurs vinden het onterecht dat Oekraïense autofabrikanten dat wel mogen en zij niet. De producenten hoeven ook geen recyclingheffing te betalen.

''Een fabrikant die 8.000 auto's per jaar maakt mag dat wel, terwijl 80 procent van de auto's die in Oekraïne verkocht worden, zeker 160.000 per jaar, dat niet mogen'', constateert algemeen directeur Oleh Nazarenko van de Federatie van Oekraïense Importeurs en Dealers. Het opzetten van een demontagebedrijf kost tussen de 4 en 6 miljoen euro. ''Voor ons als importeurs is dat best te doen'', aldus Nazarenko.

De importeurs hebben niet alleen bezwaar tegen de recyclingheffing vanwege de prijsverhoging die dit voor de autokoper met zich meebrengt, maar ook omdat er geen criteria zijn vastgesteld wanneer een auto aan het verkeer moet worden onttrokken.
 
Bron: Interfax

Geen Bulgaarse, maar Oekraïense slachtoffers

Bij de botsing van donderdagmorgen vroeg tussen een Bulgaarse bus en een Oekraïense minibus nabij het dorp Volia-Ljoebitivska in de regio Volin zijn volgens het ministerie van Noodsituaties acht mensen om het leven gekomen. Werd aanvankelijk uitgegaan van Bulgaarse slachtoffers die het ongeluk niet overleefden, inmiddels is duidelijk dat het om zes Oekraïners gaat, een kind uit Wit-Rusland en de chauffeur van de Bulgaarse bus. Het aantal gewonden dat in ziekenhuizen is opgenomen blijkt uiteindelijk op 36 uit te komen.

In de Bulgaarse bus zaten 40 kinderen en hun begeleiders uit Wit-Rusland die op weg waren naar Bulgarije voor een vakantie daar. In de minibus, die op weg was van Loetsk naar Shatsk, zaten de Oekraiense slachtoffers.

Bron: Interfax

donderdag 11 juli 2013

Verwijten om 'Volin' onterecht, meent Komorowski

Oekraïners en Polen zouden samen de pijn moeten dragen van de tragische gebeurtenissen in de regio Volin, zeventig jaar geleden. Dat zei de Poolse president Bronislaw Komorowski donderdag in Warschau bij de onthulling van een monument ter nagedachtenis aan de Poolse slachtoffers van de etnische zuivering in de jaren 1943-'44.

Komorowski zei dat 'deze verschrikkelijke gebeurtenisssen' niet alleen betrekking hadden op Polen, maar ook op andere nationaliteiten, waaronder Oekraïners en Joden. De president vindt dat de Polen zich niet willen afzetten ''tegen wie dan ook, maar dat ze van de geschiedenis willen leren en er naar streven om in vrede met de Oekraïense buren te leven''.

Komorowski merkte op dat de recente gezamenlijke verklaring van de rooms-katholieke en Grieks-katholieke kerken in Polen en Oekraïne een belangrijke mijlpaal is geweest. De president zei verder te hopen dat het mogelijk blijkt om de slachtoffers ook na zeventig jaar nog een waardig afscheid te geven en dat ze op een waardige manier herdacht kunnen worden in beide landen.

Na de Duitse terugtocht verjoegen Oekraïense nationalisten de Poolse inwoners van de regio Volin. Daarbij zouden naar schatting 100.000 Polen om het leven zijn gekomen. Poolse wraakacties kostten 20.000 Oekraïners het leven.

Bron: Ukrinform